|
|
Mooi
liefdesverhaal, |
| Heel,
heel lang geleden, toen de |
nog door |
en |
|
stroomde, |
stond
er in een ver en vreemd land een groot kasteel.
| In dat kasteel woonde |
|
en |
Rond
het kasteel lag een heel groot park met een prachtige vijver en vele hoge
bomen.
| In het midden van dat park stond een |
|
in
wiens schaduw |
de mooie |
|
erg graag vertoefde. |
| Een zekere Heer | die zijn hart aan de mooie | verloren
had, |
sprak
op een dag tot de Heer
,
die een graaggeziene gast was op het kasteel :
| Wat moet ik doen om de mooie |
voor mij te winnen?" |
| Heer |
|
antwoordde: |
|
is een natuurminnend meisje. |
Schenk
haar iets uit de natuur, dat zal zeker haar hart beroeren".
| Maar de jonge, gebruinde |
|
die achter de |
|
z |
| en had meegeluisterd, voelde ook wel iets voor de mooie |
|
en dacht... en dacht... en
dacht...
|
| Ondertussen was Heer |
|
echter naar de mooie |
|
gegaan en vroeg haar met hem te wandelen in het grote park. |
| Dat vond de mooie |
|
uitstekend. |
| Terwijl ze door de mooie lanen liepen, kwamen ze |
|
tegen. |
Hij groette en ieder ging zijn eigen weg.
| Aan de vijver zagen ze de eendjes, |
|
voor
h |
| Een eind verder liepen de kuikentjes |
|
en |
|
achter
hun moeder aan. |
| "Ach", zei mooie |
|
zo een mooie kip loopt er in heel |
|
niet". |
|
En |
|
die juist haar pad kruiste, hoorde het en glimlachte. |
| Eindelijk kwamen ze terug onder de | ![]() |
en Heer |
![]() |
bood haar de allermooiste |
aan
die in de boom te vinden was. |
| Dat vond de mooie |
heerlijk, maar haar hartje bleef gesloten.
|
| Enkele weken later, zo rond de tijd van | kwam Heer | op bezoek. |
||
| Hij had minder geluk dan de Heer |
want die dag viel de regen met emmers uit de lucht, zodat het onmogelijk was om in het park te wandelen. |
|
| "Ach, dat geeft toch niets", zei Heer | laat ons dan een rondgang maken in dit sprookjesachtige |
|
|
| Dat vond de mooie |
|
een goed idee. |
Ze
liepen door de kleine kamers en de gr |
| Plots schrok de mooie |
|
.......................... |
| "Hoor", fluisterde ze Heer |
|
in het oor, | "het regent binnen, ik hoor het duidelijk". |
| "Maar nee", zei Heer | lachend,
"gij vergist U". |
|
| Het is den | die onder den |
|
....... |
Gerustgesteld gingen ze samen de trap op.
| Toen
ze op haar kamertje kwamen, |
|
Nu wil ik u mijn geschenk aanbieden. |
|
| Vermits gij zo van de natuur houdt, schenk ik u mijn |
|
| De mooie | ![]() |
was
verrukt en terstond ging haar hartje open. |
| Ze was zo gelukkig dat ze meteen naar | snelde |
en
vroeg om de Heer |
te
mogen trouwen. |
|
Dat vond |
|
goed. |
Hij
gaf een heel groot feest, waar al de mensen
| van | en |
|
bij mochten zijn. |
||
| Ook de families |
|
en |
|
|
| Daar was zelfs een |
|
en een |
|
die de |
|
versierden. |
| Overal werd er "waar |
|
vloeien" gezongen. |
| En onze mooie | ![]() |
en Bruine |
|
leefden
nog lang en gelukkig. |
| En als
dit niet waar is dan mag den |
|
mij komen halen............... |